Door de inrichting van de woning af te stemmen op de persoon, kun je probleemgedrag bij dementie met de helft verminderen.

1. Zorg voor een tv met een groot beeldscherm: als een cliënt met dementie te weinig prikkels krijgt, veroorzaakt dat onrust. Van der Plaats: ‘Het brein van de iemand met dementie is vooral gefocust op dynamische prikkels: geluid en beweging. Als die er helemaal niet zijn, gaat de persoon ze zelf maken. Hij gaat op tafel kloppen of tikken, aan een deken plukken. Of hij gaat dolen. Iemand met dementie kan zich moeilijk zelf vermaken. Films waarin taal geen belangrijke rol speelt, zoals dierenfilms, koninklijke huwelijken, Mister Bean met zijn expressieve gezicht of muziek van André Rieu zijn heerlijk voor mensen met dementie.’

2. Zorg dat de cliënt niet middenin de kamer zit, of met de rug naar de deur: de locatie waar de patiënt zit, is erg belangrijk. Het kan een comfortabele fauteuil zijn die de kamer overziet, bijvoorbeeld in een hoek bij het raam, zodat het ook mogelijk is naar buiten te kijken. Ideaal is het als van daaruit de looproute naar toilet, keuken en slaapkamer zichtbaar zijn. Een stoel die midden in de kamer staat of met de rug naar een deur, is niet aan te raden. Alles wat zich achter de rug van de dementerende afspeelt, kan onrust veroorzaken. Plaats naast de stoel een tafeltje met veel gebruikte spullen, zoals de afstandsbediening van tv, een dekentje, een tijdschrift of een flesje water. Ook zicht op een familielid of zorgverlener kan geborgenheid bieden.

3. Houd rekening met contrasterende kleuren: mensen met dementie zien slecht, omdat de hersenen de waarneming niet meer goed kunnen verwerken. Met name bij mensen met Alzheimer is de visuele cortex aangetast. Daardoor krijgen ze moeite met het zien van diepte, beweging, bepaalde kleuren en contrast. Een witte deur in een witte muur valt nauwelijks op, het beste is de deur of deurpost in een contrasterende kleur te schilderen. Stoelen en zeker stoelpoten moeten een andere kleur hebben dan de vloer. Donkere stoelpoten op een donkere vloer wekken de indruk dat een stoel zweeft. Hetzelfde geldt voor het toilet: gebruik een donkere wc-bril die goed afsteekt tegen de witte pot. Heeft iemand moeite met het vinden van het toilet, plak dan met grote letters WC op de deur.

dr. Anneke van der Plaats

Vorige pagina
Peter-Breinplaats-ronddwalen

Door de inrichting van de woning af te stemmen op de persoon, kun je probleemgedrag bij dementie met de helft verminderen.

1. Zorg voor een tv met een groot beeldscherm: als een cliënt met dementie te weinig prikkels krijgt, veroorzaakt dat onrust. Van der Plaats: ‘Het brein van de iemand met dementie is vooral gefocust op dynamische prikkels: geluid en beweging. Als die er helemaal niet zijn, gaat de persoon ze zelf maken. Hij gaat op tafel kloppen of tikken, aan een deken plukken. Of hij gaat dolen. Iemand met dementie kan zich moeilijk zelf vermaken. Films waarin taal geen belangrijke rol speelt, zoals dierenfilms, koninklijke huwelijken, Mister Bean met zijn expressieve gezicht of muziek van André Rieu zijn heerlijk voor mensen met dementie.’

2. Zorg dat de cliënt niet middenin de kamer zit, of met de rug naar de deur: de locatie waar de patiënt zit, is erg belangrijk. Het kan een comfortabele fauteuil zijn die de kamer overziet, bijvoorbeeld in een hoek bij het raam, zodat het ook mogelijk is naar buiten te kijken. Ideaal is het als van daaruit de looproute naar toilet, keuken en slaapkamer zichtbaar zijn. Een stoel die midden in de kamer staat of met de rug naar een deur, is niet aan te raden. Alles wat zich achter de rug van de dementerende afspeelt, kan onrust veroorzaken. Plaats naast de stoel een tafeltje met veel gebruikte spullen, zoals de afstandsbediening van tv, een dekentje, een tijdschrift of een flesje water. Ook zicht op een familielid of zorgverlener kan geborgenheid bieden.

3. Houd rekening met contrasterende kleuren: mensen met dementie zien slecht, omdat de hersenen de waarneming niet meer goed kunnen verwerken. Met name bij mensen met Alzheimer is de visuele cortex aangetast. Daardoor krijgen ze moeite met het zien van diepte, beweging, bepaalde kleuren en contrast. Een witte deur in een witte muur valt nauwelijks op, het beste is de deur of deurpost in een contrasterende kleur te schilderen. Stoelen en zeker stoelpoten moeten een andere kleur hebben dan de vloer. Donkere stoelpoten op een donkere vloer wekken de indruk dat een stoel zweeft. Hetzelfde geldt voor het toilet: gebruik een donkere wc-bril die goed afsteekt tegen de witte pot. Heeft iemand moeite met het vinden van het toilet, plak dan met grote letters WC op de deur.

dr. Anneke van der Plaats

Vorige pagina

3 tips voor een dementievriendelijke woning.

Door de inrichting van de woning af te stemmen op de persoon, kun je probleemgedrag bij dementie met de helft verminderen.

1. Zorg voor een tv met een groot beeldscherm: als een cliënt met dementie te weinig prikkels krijgt, veroorzaakt dat onrust. Van der Plaats: ‘Het brein van de iemand met dementie is vooral gefocust op dynamische prikkels: geluid en beweging. Als die er helemaal niet zijn, gaat de persoon ze zelf maken. Hij gaat op tafel kloppen of tikken, aan een deken plukken. Of hij gaat dolen. Iemand met dementie kan zich moeilijk zelf vermaken. Films waarin taal geen belangrijke rol speelt, zoals dierenfilms, koninklijke huwelijken, Mister Bean met zijn expressieve gezicht of muziek van André Rieu zijn heerlijk voor mensen met dementie.’

2. Zorg dat de cliënt niet middenin de kamer zit, of met de rug naar de deur: de locatie waar de patiënt zit, is erg belangrijk. Het kan een comfortabele fauteuil zijn die de kamer overziet, bijvoorbeeld in een hoek bij het raam, zodat het ook mogelijk is naar buiten te kijken. Ideaal is het als van daaruit de looproute naar toilet, keuken en slaapkamer zichtbaar zijn. Een stoel die midden in de kamer staat of met de rug naar een deur, is niet aan te raden. Alles wat zich achter de rug van de dementerende afspeelt, kan onrust veroorzaken. Plaats naast de stoel een tafeltje met veel gebruikte spullen, zoals de afstandsbediening van tv, een dekentje, een tijdschrift of een flesje water. Ook zicht op een familielid of zorgverlener kan geborgenheid bieden.

3. Houd rekening met contrasterende kleuren: mensen met dementie zien slecht, omdat de hersenen de waarneming niet meer goed kunnen verwerken. Met name bij mensen met Alzheimer is de visuele cortex aangetast. Daardoor krijgen ze moeite met het zien van diepte, beweging, bepaalde kleuren en contrast. Een witte deur in een witte muur valt nauwelijks op, het beste is de deur of deurpost in een contrasterende kleur te schilderen. Stoelen en zeker stoelpoten moeten een andere kleur hebben dan de vloer. Donkere stoelpoten op een donkere vloer wekken de indruk dat een stoel zweeft. Hetzelfde geldt voor het toilet: gebruik een donkere wc-bril die goed afsteekt tegen de witte pot. Heeft iemand moeite met het vinden van het toilet, plak dan met grote letters WC op de deur.

dr. Anneke van der Plaats