Ze gooien vuurwerk naar de mensen die komen helpen. Wat bezielt ze?

Afgelopen week (donderdag 8 januari 2026) ontving ik een brandweeronderscheiding bij Koninklijk Besluit voor meer dan 20 jaar dienst. Een bijzondere erkenning voor mijn inzet, naast mijn werk in de GGZ en als trainer/ adviseur. Daar ben ik trots op.

Toch voel ik mij vooral ongerust. Steeds vaker worden hulpverleners aangevallen: brandweer, ambulance, politie, BOA’s en zorgverleners – mensen die er zijn om anderen te helpen. Als hulpverlener, maar ook als vader en echtgenoot, raakt mij dat diep. Wat bezielt mensen om bewust geweld te gebruiken tegen hen die alleen maar willen helpen?

Ik ben er echt van geschrokken hoe sommige mensen tijdens oud en nieuw 2025/2026 hulpverleners hebben bekogeld en beschoten met zwaar vuurwerk. Dat is geen impuls, geen ongeluk, geen uiting van stress of paniek. Het is een bewuste, grensoverschrijdende keuze, vaak versterkt door alcohol of drugs. Dat doet iets met je. Als hulpverlener weet je dat je risico’s loopt, maar dat je met opzet wordt aangevallen… dat is iets anders.

Hulpverlening zit echt in mijn bloed. Het is een rode draad in mijn leven: bijna 40 jaar werkzaam in de zorg, ruim 20 jaar als brandweerman. In al die jaren heb ik geleerd dat werken met mensen in crisis, stress of nood, inzet, betrokkenheid en verantwoordelijkheid vraagt. Het is mooi werk, maar het kan ook ingrijpend zijn.

In mijn werk kom ik vaak situaties tegen waarin emoties hoog oplopen. Als brandweerman zie je mensen in paniek, in levensgevaar of in extreme stress. Als verpleegkundige in de GGZ kom je agressie tegen – verbaal of fysiek – vaak voortkomend uit angst, frustratie of verwarring. Gelukkig worden wij getraind in de-escalerend werken. Maar dat neemt niet weg dat ik ook een mens ben, met emoties, een gezin en verantwoordelijkheden. Niemand mag met opzet in gevaar worden gebracht terwijl hij anderen helpt.

Om gedrag te begrijpen, kijk ik naar het brein. Het emotionele brein reageert snel op dreiging, spanning of angst. Het denkende brein, dat nadenkt, afweegt en remt, staat dan tijdelijk op de achtergrond. Bij jongeren speelt dit extra: het puberbrein is pas rond het 25e levensjaar volledig ontwikkeld. Dat maakt hen gevoeliger voor impulsiviteit, sensatie en groepsdruk.

Dit verklaart soms impulsieve reacties, maar laat er geen twijfel over bestaan: verklaring is geen excuus. Bewust hulpverleners bekogelen of beschieten met vuurwerk, zoals tijdens oud en nieuw 2025/2026, vaak onder invloed van alcohol of drugs, is een bewuste keuze en mag nooit worden geaccepteerd.

Daarom maak ik een duidelijk onderscheid:

  • Beschadigd brein → beperkt denkvermogen, bijvoorbeeld door ziekte zoals Alzheimer of andere hersenschade → gedrag kan voortkomen uit angst, verwarring of verlies van regie. Dit vraagt om zorg, begeleiding en bescherming.
  • Gezond brein → kan kiezen, weet wat hij doet → geweld is een bewuste keuze en mag nooit worden getolereerd.

In mijn werk zie ik dit dagelijks terug. Soms is agressie een signaal van angst of onmacht. Soms is het doelbewust en berekend. Het verschil is groot en vraagt een andere aanpak. Begrip helpt ons om situaties beter te voorkomen en te begeleiden, maar mag nooit een vrijbrief zijn voor geweld.

Hulpverleners staan er op de meest kwetsbare momenten. Brandweermannen rennen het vuur in, ambulancepersoneel en verpleegkundigen stappen een kamer binnen waar spanning, angst of crisis heerst, politie en BOA’s zorgen voor orde en veiligheid. Zij verdienen geen stenen, geen vuurwerk, geen bedreigingen. Zij verdienen respect, waardering en veiligheid. Als samenleving moeten we dat hard maken.

We moeten ook nadenken over preventie. Goede opvoeding, duidelijke grenzen, zwaardere straffen bij bewust gevaarlijk gedrag, verplichte opvoedingsscholing én het bespreekbaar maken van de invloed van alcohol en drugs kunnen helpen om grensoverschrijdend gedrag te voorkomen. Als samenleving dragen we een verantwoordelijkheid om jongeren en volwassenen te leren dat geweld tegen hulpverleners onacceptabel is.

En toch blijf ik doen wat ik doe. Als ik opnieuw mocht kiezen, zou ik weer kiezen voor de acute hulpverlening. Het werk is soms zwaar en soms bedreigend, maar de voldoening om écht het verschil te maken is groot. Samen, als team, kun je van betekenis zijn voor mensen in nood. Dat maakt alles de moeite waard.

Ik ben trots op mijn drie kinderen, Guusje, Stijn en Peter, die net als ik actief zijn in de (acute) hulpverlening. En op mijn vrouw Mieke, voor haar steun en betrokkenheid door de jaren heen. (Zie foto) 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *