PERSBERICHT
bij de 10e druk van De dag door met dementie
‘Dementie is van ons allemaal’
Een verdubbeling naar meer dan 600.000 mensen met dementie in 2050 betekent dat circa twee miljoen Nederlanders, meer dan 10 % van de totale bevolking, dagelijks verplicht of vrijwillig betrokken zal zijn bij de hulp aan en zorg voor mensen met dementie. Hier ligt een grote uitdaging voor heel Nederland: dementie wordt, nog meer dan nu al, van ons allemaal. Iedereen krijgt een keer te maken met een naaste die getroffen wordt door dementie. En dan, hoe ga je met die persoon om?
De uitdaging is het realiseren van een waardig leven voor mensen met dementie en daarin de tools vinden hoe dit maatschappelijk te organiseren. Een van de meest in het oog springende tool: kennis over dementie bij een groot deel van de bevolking. Familie, naasten, medici, politie, brandweer, winkelpersoneel, en nog meer. Het grootste deel van de hulp en zorg zal net als nu in de privé situatie plaatsvinden.
Dementie is een teloorgang van het functioneren van het brein. De achteruitgang van de functies in het rationele deel van ons brein -zoals denken, kiezen en beslissen- maken een zelfstandige leven steeds moeilijker tot in een later stadium onmogelijk. Iets vergeten vinden mensen met dementie nog niet het ergste, wel de afhankelijkheid van de ander. Daar ligt het drama en het verdriet van dementie.
Omgaan met iemand met dementie vereist kennis over dementie. Gebrek aan kennis maakt naasten onzeker, waardoor afstand wordt genomen van de persoon met dementie en deze in de steek wordt gelaten. Maar met kennis over wat nog wel gaat en wat niet meer, over onrustig, angstig en agressief gedrag kan er op zijn minst een poging gedaan worden de ander te helpen. Het leven van iemand met dementie speelt zich steeds meer op gevoelsniveau af, daarop weten in te spelen maakt contact mogelijk.
De Nederlandse geriater en wetenschapper Dr. Anneke van der Plaats, met wie ik het bekroonde boek De dag door met dementie schreef, ontwikkelde vanuit de hersenkunde de Brein Omgeving Methodiek waarin onder meer drie elementen van eminent belang zijn voor iemand met dementie: omgeving, interactie en activiteit.
Een korte uitleg. Bij dementie hebben de hersenen steeds meer moeite met het verwerken van prikkels, van wat allemaal op je afkomt. Een omgeving met te veel prikkels, als een winkelcentrum, of een geheel nieuwe omgeving die niet herkend wordt, kan de persoon met dementie onrustig en vervolgens angstig maken. Een bekende reactie op angst is vluchten (weglopen) of vechten (verbale of fysieke agressie). Met een omgeving die herkenbaar is en vertrouwd aanvoelt, zonder al te veel prikkels ontstaat gunstig, rustig gedrag.
Daarnaast is een interactie die is afgestemd op het bevattingsvermogen van de persoon met dementie essentieel. Wij mogen ons met onze bejegening aanpassen aan hen. Dat betekent bijvoorbeeld alles in een lager tempo doen, met korte zinnen praten, geen moeilijke vragen of helemaal geen vragen stellen. Omdat mensen met dementie voelen dat ze de omstandigheden niet meer goed bevatten, zijn ze altijd op zoek naar veiligheid. Een bejegening afgestemd op het verminderd vermogen van iemand met dementie, geeft hen dit veilige gevoel.
Bij dementie worden veel rationele hersenfuncties aangetast, bijvoorbeeld ‘initiatief nemen’. Als die functie verstoord is, blijft zelfstandig actief worden uit. Het is dan aan ons om hen tot activiteit aan te zetten. Mensen met dementie voelen nog steeds de behoefte ‘erbij horen’. Dat botst met het onvermogen zelfstandig actief zijn. Ooit ontwikkelde Dr. Anneke van der Plaats in Nederland de dagopvang met aan de personen aangepaste activiteiten, die nu in elke stad in Nederland bestaat. Daarnaast zijn er thuis genoeg eenvoudige activiteiten te doen als gezamenlijk afwassen en een wandeling maken.
Er zijn verschillende soorten dementie, met telkens een ander ontwikkelingspatroon. Bij Alzheimer en Lewy Body gaat alles langzaam achteruit. Bij Vasculaire Dementie gaat het trapsgewijs. Bij Frontotemporale Dementie ontstaat een gedragsverandering met ongepast gedrag als gevolg. Daarnaast heeft iedereen zijn eigen dementie, gebaseerd op zijn natuur en persoonlijkheid. Naast kennis over dementie is kennis over de persoon, zijn geschiedenis, zijn voorkeuren en afkeuren van belang, want in toenemende mate wordt het proces van denken, kiezen en beslissen overgenomen door de mantelzorger(s). De juiste keuzes maken en beslissingen nemen is een intensieve job, met de onvermijdelijke overbelasting bij de directe mantelzorger.
Kennisspreiding vindt in heel Nederland plaats, onder andere in de Alzheimer Café’s en met veel literatuur. Wenselijk gaat ook de komende jaren voldoende kennis bijdragen aan waardige jaren in de laatste periode van iemands leven met dementie.
Dick Kits, dementie expert, auteur en uitgever

