Open deurenbeleid en oriëntatie: wat werkt echt?
In de praktijk krijg ik regelmatig vragen van zorgorganisaties die bezig zijn met het inrichten van hun woonomgeving. Zeker nu het open deurenbeleid op steeds meer plekken wordt ingevoerd, ontstaan er nieuwe vragen.
Zo ontving ik onlangs een vraag van een zorgprofessional. Het open deurenbeleid verliep binnen hun organisatie goed. Tegelijkertijd was er de wens om bewoners beter te ondersteunen in het vinden van hun weg door het huis – en ook weer terug.
De gedachte ging daarbij richting bewegwijzering: pijlen, pictogrammen of andere visuele aanwijzingen op muren en deuren.
Een herkenbare vraag, die ik vaker hoor.
Eerst even terug naar het brein
In mijn werk begin ik vaak bij de basis: het aangedane brein.
Vanuit de theorie van dr. Anneke van der Plaats werk ik met de vier “hersenlagen”. Deze helpen om te begrijpen waarom iemand met Alzheimer en/of een andere vorm van hersenschade anders reageert op de omgeving.
Tijdens trainingen probeer ik mensen als het ware te laten kijken door de ogen van iemand met dementie. Wat zie je nog wél? Wat komt nog binnen? En wat niet meer?
Dat inzicht maakt vaak meteen duidelijk waarom sommige oplossingen in de praktijk niet werken zoals we verwachten.
De vraag
Hoi Peter,
Een vraag mbt de inrichting.
Zoals veel huizen zijn we bezig om het “open deurenbeleid” vorm te geven. In de praktijk gaat dit best naar behoren.
Ik zou zo graag een nuttige richtingaanwijzingen door het huis willen invoeren, opdat bewoners hun weg kunnen vinden als ze door het huis lopen. Maar ook de weg terug 😊
Ben jij binnen jouw werk al eens zoiets tegengekomen?
Ik denk aan bv pijlen met pictogrammen, op wanden of deuren. Begrijp je wat ik bedoel?
Met hartelijke groeten,
C.L.
Mijn reactie
Zeker weet ik wat je bedoelt.
Toch is het in de praktijk niet zo eenvoudig. Bij mensen met Alzheimer en/of een andere vorm van hersenschade werkt het brein anders. Het aangedane brein neemt statische prikkels (alles wat stil staat) vaak nog maar beperkt waar. Denk aan pictogrammen, fotobehang of gewone bewegwijzering op muren of deuren.
Dit heeft te maken met wat we in de hersenkunde beschrijven als laag 3 en 4 van het brein: daar vindt het herkennen, begrijpen en interpreteren van informatie plaats. Juist deze lagen raken vaak beschadigd.
Het uitgeven van veel geld aan bijvoorbeeld duur fotobehang is daarom vaak ook weinig zinvol.
De wereld is voor mensen met Alzheimer en/of een andere vorm van hersenschade al verwarrend genoeg. Verkeerd of te druk materiaal kan ervoor zorgen dat de omgeving juist nóg verwarrender wordt. Een omgeving moet vertrouwd voelen, voorspelbaar zijn en duidelijk maken waar iemand op dat moment is.
Daar komt nog bij dat het gezichtsvermogen vaak achteruitgaat. Mensen zien minder scherp en details vallen minder goed op. Werken met duidelijke contrasten kan daarom wel helpen.
Ook speelt het denkvermogen een rol. Om bewegwijzering te begrijpen moet iemand kunnen nadenken over wat hij ziet en de betekenis ervan kunnen interpreteren. En dat vermogen is vaak beschadigd. Het is immers veel meer dan alleen vergeten.
Daarnaast spelen omgevingsprikkels een grote rol. In een drukke huiskamer of gang kan het lastig zijn om informatie uit de omgeving te filteren.
Als je toch iets met bewegwijzering wilt proberen, kun je beter denken aan dynamische prikkels. Het beschadigde brein reageert namelijk vaak nog wel goed op de meer basale lagen (laag 1 en 2), die reageren op beweging, licht en geluid.
Je kunt dit vergelijken met situaties in het dagelijks leven: in een pretpark trekken lichtjes en bewegende elementen de aandacht, in casino’s doen flitsende speelautomaten hetzelfde, en ook in winkels wordt hiermee gewerkt. Zo werkt het bij veel mensen met Alzheimer en/of een andere vorm van hersenschade ook: prikkels die bewegen of oplichten trekken automatisch de aandacht.
Het lastige is dat ik op afstand moeilijk kan inschatten wat in jullie situatie het beste werkt. Vaak vraagt dit om goed te kijken naar de totale woonomgeving en de hoeveelheid prikkels.
De vervolgvraag
Peter,
Dank je wel voor je snelle reactie.
Op welk (korte) termijn zou je in huis een uitleg willen geven zoals je benoemt in je mail: Dementie en de Omgeving?
Met hartelijke groeten, C.L.
Wat is een Brein Omgeving Scan?
Een omgevingsscan is een observatie van de woonomgeving met behulp van een gerichte vragenlijst. Het doel is om per ruimte te kijken waar verbeteringen mogelijk zijn.
De Brein Omgeving Scan gaat hierin een stap verder. Deze is specifiek gericht op het observeren en analyseren van leefomgevingen voor mensen met Alzheimer en/of een andere vorm van hersenschade.
Daarbij wordt gekeken naar de invloed van de fysieke omgeving op het gedrag en het welzijn van bewoners. Wat helpt iemand? Wat zorgt voor onrust of verwarring? En waar liggen kansen om de omgeving beter aan te laten sluiten op het aangedane brein?
Tot slot
Wat ik mooi vind aan deze vraag, is dat hij laat zien waar het in de praktijk echt om draait: zoeken naar wat werkt voor bewoners.
Niet alles wat logisch lijkt, werkt ook in het brein zoals wij verwachten. Juist daarom is het belangrijk om eerst te begrijpen hoe iemand de omgeving ervaart, voordat je aanpassingen doet.
Wil je hier als team verder in kijken? Dan kan een gezamenlijke uitleg of een Brein Omgeving Scan helpend zijn om meer inzicht te krijgen en samen te ontdekken wat in jullie situatie passend is.
Workshop maken geschikte omgeving bij dementie | BreinPlaats

